Aad van der Ven, Haagsche Courant, 24 mei 1993

“opzet en uitwerking zijn beslist individueel. Van Rossem (sic) heeft iets te zeggen. De manier waarop dat gebeurt is nogal verbrokkeld. Maar het opmerkelijke is dat we hier de stem van een gedrevene horen. Dat is in de Nederlandse toonkunst niet iets alledaags..”